Zoek binnen familierecht

21 sep 2026

Denkt u dat de aandelen meer waard zijn? Dan mag u ze hebben.

Als bij een scheiding een van de echtgenoten een onderneming heeft, dan is de vraag waar de discussie doorgaans over gaat: wat is die onderneming waard? De echtgenoot die de onderneming houdt is vaak van mening dat de waarde minder is dan degene die een deel van de waarde in geld uitgekeerd wil zien. Zomaar stellen dat de onderneming veel waard is, kan riskant zijn. Dat blijkt uit een recente uitspraak van het gerechtshof Den Haag dat ervoor koos de vrouw niet een deel van de door haar gestelde waarde van de aandelen toe te kennen, maar haar tegen haar zin in de onderneming voor € 0,- in de maag te splitsen. Daarnaast bepaalde het hof dat twee woningen verkocht moeten worden, terwijl de man en de vrouw de woningen wilden houden en het eens waren over wie welke woning zou krijgen.

De situatie in het kort

Partijen trouwden in 2002 onder huwelijkse voorwaarden. De man kreeg in 2020 een zware hersenbloeding, waarna de vrouw het werk in zijn onderneming voor een bepaalde periode overnam. Twee jaar later wordt het verzoek tot echtscheiding ingediend en in 2024 wordt het huwelijk ontbonden. De verdeling van de huwelijksgemeenschap moest nog worden afgewikkeld.

Dit viel er te verdelen

In hun huwelijkse voorwaarden spraken partijen af dat zij een gemeenschap van goederen hadden, met uitzondering van onroerend goed en de hypotheekschulden die daarbij horen. In de gemeenschap vielen daardoor onder meer de aandelen in de holding van de man, de bezittingen en schulden van zijn eenmanszaak en de banktegoeden. De twee woningen van partijen vielen er niet in, maar waren wel van hen samen, ieder voor de helft. Die moesten dus ook verdeeld worden.

Partijen hadden aan de rechtbank gevraagd de verdeling vast te stellen, elk op hun eigen manier. De rechtbank wees die verzoeken af omdat de financiële stukken nog niet beschikbaar waren en partijen aanhoudingen bleven vragen voor het indienen van de stukken. De rechtbank adviseerde om een register valuator of een financiële mediator in te schakelen. De vrouw ging in hoger beroep.

Discussie over de waarde van de aandelen

De man bezat een holding met meerdere dochtervennootschappen. Volgens de man waren de aandelen sinds 2023 niets meer waard. De man had de ondernemingen door een register valuator laten waarderen. De ingeschakelde deskundige kwam tot de conclusie dat de waarde inderdaad € 0,- is als geconsolideerd naar alle vennootschappen wordt gekeken.

De vrouw vond dat de aandelen meer waard waren. Zij wilde dat een onafhankelijke waarderingsdeskundige opnieuw naar de waarde zou kijken. Tijdens de zitting bood de man aan de aandelen gratis aan de vrouw te geven, zodat zij zelf kon laten onderzoeken wat ze waard zijn. De vrouw wilde de aandelen niet hebben.

Het oordeel van het hof: de aandelen gaan naar de vrouw

Als partijen verzoeken om de verdeling vast te stellen, maar het niet eens worden over hoe er verdeeld moet worden, dan mag de rechter zelf bepalen hoe de verdeling eruitziet. De rechter heeft daarbij veel vrijheid en hoeft zich niet te beperken tot wat partijen vragen. Wel moet de uitkomst redelijk en billijk zijn.

Het hof liep de jaarrekeningen van de vennootschappen tijdens de zitting door. Die bleken niet door een accountant te zijn opgesteld en waren volgens het hof niet op een deugdelijke wijze tot stand gekomen. Wel werd duidelijk dat de vennootschappen grote schulden hadden, onder meer belastingschulden uit de coronaperiode. Een van de dochtervennootschappen moet bovendien zo’n € 950.000 terugbetalen aan het UWV, wat vermoedelijk tot een faillissement zou leiden.

Op basis van al deze informatie vond het hof het niet aannemelijk dat de aandelen iets waard waren. Een nieuwe waardering door een deskundige zou bovendien veel geld kosten. Omdat de vrouw ervan overtuigd bleef dat de aandelen waarde hebben, en de man had aangeboden ze gratis over te dragen, vond het hof het redelijk om de aandelen aan de vrouw toe te delen voor een waarde van nul euro. Daarbij woog ook mee dat de vrouw voor een periode sinds 2020 feitelijk het werk in de onderneming had gedaan. Mocht er toch waarde in de aandelen zitten, dan komt die volledig aan de vrouw toe.

Het overige

De eenmanszaak: te weinig informatie

De vrouw wilde ook dat de eenmanszaak van de man verdeeld zou worden. Dat werkt niet zo, aldus het hof. Een eenmanszaak is geen juridische entiteit die verdeeld kan worden. Wat wel verdeeld kan worden, zijn de bezittingen van de onderneming die er op de peildatum (de datum van het echtscheidingsverzoek) waren. Schulden kunnen niet worden verdeeld; daarvoor geldt dat beide partners in principe ieder de helft dragen. Uit de stukken bleek niet welke bezittingen er op de peildatum waren en wat die waard waren. Het hof kon daarom niets verdelen en wees dit verzoek af.

De woningen: allebei verkopen

Over de verdeling van de woningen waren partijen het wel eens: de vrouw zou de ene woning krijgen, de man de andere, mits de hypothecaire geldleningen konden worden overgenomen. Toch ging het hof daar niet in mee. Tijdens de zitting werd duidelijk dat de man zijn woning waarschijnlijk niet op eigen naam kon financieren, zodat de vrouw aansprakelijk zou blijven voor zijn hypotheek. Het hof twijfelde of de vrouw, met het door haar opgegeven inkomen, een woning van ruim € 500.000 kon financieren. Gezien de slechte financiële positie van beiden bepaalde het hof dat beide woningen snel verkocht moeten worden.

Het hof gaf daarbij een concreet stappenplan. De vrouw stelt drie makelaars voor, de man kiest er één en samen geven zij de makelaar opdracht. De makelaar bepaalt bindend de vraag- en laatprijs. Wat er na aftrek van de hypotheek en de verkoopkosten overblijft (of tekortkomt), delen partijen bij helfte. Komen partijen samen alsnog tot een andere oplossing, dan staat het hen vrij die te kiezen.

Bankrekeningen

Over de bankrekeningen waren partijen het eens: ieder houdt de eigen rekening en betaalt de ander de helft van het saldo op de peildatum. De vrouw vroeg daarnaast € 84.000 aan zogenoemde meewerkvergoeding over 2018 en 2019. Dat verzoek werd afgewezen. De meewerkvergoeding is een belastingvoordeel waar de vrouw zelf ook van heeft geprofiteerd. Bovendien vallen zowel de vergoeding als de betaling daarvan in de gemeenschap, zodat het per saldo op nul uitkomt.

Wel kreeg de vrouw gelijk over een belastingaanslag over 2020 van ruim € 11.800. Die had zij na de peildatum met eigen geld betaald, terwijl beide partners voor de helft moesten bijdragen. De man moet haar daarom ruim € 5.900 terugbetalen.

De les

Deze uitspraak laat zien dat een rechter bij de verdeling praktische keuzes kan maken, ook als die afwijken van wat partijen zelf voor ogen hadden. Wie stelt dat aandelen veel waard zijn, moet er rekening mee houden die aandelen zelf toegedeeld te krijgen. En een afspraak over wie welke woning krijgt, houdt geen stand als de financiering niet haalbaar is. Het hof gaf partijen ten slotte nog een advies mee: ga samen met een financieel mediator om tafel, om verder financieel afglijden te voorkomen.

Gerelateerde blogs
X

Aanmelden voor de Wybenga nieuwsbrief