Zoek binnen familierecht

Gezag en omgang

Gezag en omgang

Minderjarige kinderen staan onder gezag, meestal van hun beide ouders. Dat betekent dat zij samen alle belangrijke beslissingen nemen over het kind.

Als het ouders niet lukt samen een beslissing te nemen, dan kan een ouder de rechter om hulp vragen. U kunt de rechter bijvoorbeeld vragen een zorgregeling vast te stellen of wijzigen, te bepalen bij wie het kind het hoofdverblijfplaats heeft, te bepalen naar welke school het kind gaat of te beslissen over een medische behandeling.

Kinderen en ouders hebben ook recht op omgang met elkaar. Dat staat los van gezag en alimentatie. Gaan ouders uit elkaar, dan zullen zij hierover afspraken moeten maken, waarbij het belang van het kind centraal staat. De afspraken moeten ook praktisch uitvoerbaar zijn. Sommige ouders geven de voorkeur aan gedetailleerd uitgewerkte afspraken, anderen hebben de voorkeur voor afspraken op hoofdlijnen, die meer ruimte bieden voor flexibiliteit. Lukt het niet om afspraken te maken of is daarover onenigheid? Dan kan de rechter gevraagd worden een beslissing te nemen.

Mijn ex geeft geen toestemming voor de zomervakantie, wat nu?

Wanneer u samen met uw ex-partner het ouderlijk gezag heeft, moet u afspraken maken over de vakanties van uw kind. Kunt u het niet eens worden over de zomervakantie, dan kunt u de rechter vragen om vervangende toestemming of om een regeling vast te stellen.

  • In een ouderschapsplan staan vaak afspraken over de verdeling van vakanties en feestdagen. Zijn afspraken gemaakt over de zomervakantie, dan zijn deze afspraken in principe leidend. Heeft u geen afspraken gemaakt of lukt het niet om samen met de andere ouder tot een oplossing te komen, dan kan de rechter gevraagd worden om hulp.

De rechter zal meewegen dat ouders het belang van het kind voorop moeten stellen en in redelijkheid met elkaars verzoeken moeten omgaan. Dat betekent dat toestemming voor een vakantie niet zonder goede reden mag worden geweigerd. Alleen in bijzondere situaties, bijvoorbeeld wanneer een vakantie een onveilig gebied betreft of sprake is van gezondheids- of veiligheidsrisico’s voor het kind, kan weigering gerechtvaardigd zijn. De rechter kijkt daarbij steeds naar het belang van het kind en weegt de belangen van beide ouders mee, evenals de bestaande zorgverdeling en de praktische uitvoerbaarheid. Dit is vergelijkbaar met andere geschillen tussen ouders na een scheiding, zoals een verhuizing met een kind, waarbij ook steeds een belangenafweging wordt gemaakt en het belang van het kind centraal staat.

Gaat u toch zonder toestemming van de andere ouder met een kind naar het buitenland, dan is sprake van onttrekking aan het ouderlijk gezag en dat kan verstrekkende gevolgen voor u als ouder hebben. Het is verstandig om vakanties tijdig en concreet met elkaar te bespreken, zodat problemen zoveel mogelijk worden voorkomen. Een advocaat kan u helpen bij het maken van afspraken of het starten van een procedure als overleg niet lukt.

De omgangsregeling is niet langer werkbaar door een verhuizing. Kan ik die wijzigen?

Ja, een verhuizing kan aanleiding zijn om een bestaande omgangsregeling aan te passen. Bijvoorbeeld wanneer de afstand tussen de woningen groter wordt, reistijden veranderen of de huidige afspraken praktisch niet meer uitvoerbaar zijn.

U kunt de omgangsregeling in overleg met de andere ouder aanpassen. Lukt het niet om samen afspraken te maken, dan kan de rechter gevraagd worden om een beslissing te nemen. U kunt de omgangsregeling niet eenzijdig aanpassen.

Bij de beoordeling kijkt de rechter naar alle omstandigheden van het geval, waarbij het belang van het kind altijd centraal staat. Daarbij kan onder meer worden gekeken naar de afstand tussen de ouders, de bestaande zorgverdeling, de leeftijd van het kind en de mogelijkheden om het contact met beide ouders goed in stand te houden.

Een verhuizing betekent niet automatisch dat het contact met een ouder minder hoeft te worden. Soms worden afspraken aangepast door bijvoorbeeld langere omgangsmomenten in weekenden of vakanties af te spreken. De invulling blijft altijd maatwerk.

Een advocaat kan u adviseren over uw mogelijkheden en helpen bij het maken van nieuwe afspraken of het starten van een procedure.

Wat is co-ouderschap?

Co-ouderschap is een vorm van ouderschap waarbij ouders de zorg en opvoeding van hun kind ongeveer gelijk verdelen. In de praktijk betekent dit vaak dat het kind ongeveer evenveel tijd bij beide ouders verblijft, maar een exacte 50/50-verdeling is niet verplicht.

Na een scheiding blijven beide ouders verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding van hun kind. Dit wordt ook wel gelijkwaardig ouderschap genoemd. Dat betekent dat ouders dezelfde rechten en plichten hebben, maar niet per se een gelijke tijdsverdeling.

Co-ouderschap is alleen mogelijk als ouders goed met elkaar kunnen overleggen en afspraken kunnen maken. Het belang van het kind staat daarbij altijd voorop en kan ertoe leiden dat een andere zorgverdeling passender is.

Kan ik alleen het gezag over mijn kind krijgen?

Ja, in sommige situaties kan de rechter bepalen dat één ouder voortaan alleen het gezag over een kind krijgt. Dat wordt ook wel eenhoofdig gezag genoemd.

Na een scheiding houden ouders meestal gezamenlijk gezag. Dat betekent dat zij samen belangrijke beslissingen over hun kind moeten blijven nemen, bijvoorbeeld over school, medische behandelingen en verhuizingen. Het uitgangspunt van de wet is dat gezamenlijk gezag in het belang van het kind is.

De rechter kan het gezamenlijk gezag beëindigen als dit niet langer werkt en het kind daardoor klem of verloren dreigt te raken tussen de ouders. Bijvoorbeeld wanneer ouders niet meer met elkaar kunnen communiceren, voortdurend conflicten hebben of belangrijke beslissingen niet meer samen kunnen nemen. Ook andere omstandigheden kunnen een rol spelen.

De rechter kijkt altijd naar het belang van het kind. Alleen het feit dat ouders veel ruzie hebben of het moeilijk vinden om samen te werken, is niet altijd voldoende om gezamenlijk gezag te beëindigen.

Een verzoek tot eenhoofdig gezag moet aan de rechter worden voorgelegd. Een advocaat kan beoordelen hoe sterk uw positie is en u begeleiden bij de procedure.

Mijn kind wil niet meer naar de andere ouder, wat nu?

Het komt regelmatig voor dat een kind na een scheiding weerstand heeft tegen contact met één van de ouders. Dat betekent niet automatisch dat de omgangsregeling stopt of dat een kind zelf mag bepalen of het nog naar de andere ouder gaat.

Ouders blijven verantwoordelijk voor het contact tussen het kind en beide ouders. Van ouders wordt verwacht dat zij het contact stimuleren en met elkaar in gesprek blijven over de oorzaak van de weerstand. Het is belangrijk om serieus te kijken naar de gevoelens en signalen van het kind, zonder het kind verantwoordelijk te maken voor de beslissing.

De leeftijd en mening van een kind kunnen wel een rol spelen. Hoe ouder een kind is, hoe meer gewicht een rechter doorgaans toekent aan de mening van het kind. Toch blijft het belang van het kind altijd leidend en wordt gekeken naar alle omstandigheden van het geval.

Soms is sprake van spanningen tussen ouders, loyaliteitsproblemen of praktische problemen rondom de omgang. In andere gevallen kunnen zorgen bestaan over de veiligheid of het welzijn van het kind. De oorzaak van de weerstand is daarom belangrijk.

Lukt het ouders niet om samen tot oplossingen te komen, dan kan hulpverlening, mediation of begeleiding worden ingezet. Als de bestaande omgangsregeling niet meer werkbaar is, kan de rechter worden gevraagd om de regeling te wijzigen. U kunt de omgangsregeling niet eenzijdig stopzetten.

Een advocaat kan u adviseren over uw mogelijkheden en helpen beoordelen welke stappen in uw situatie passend zijn.

Naar de kennisbank
X

Aanmelden voor de Wybenga nieuwsbrief