Bij een scheiding met een internationaal tintje is het niet altijd meteen duidelijk welk recht van toepassing is. Dat maakt wel uit, zo blijkt uit een zaak van een Italiaans echtpaar dat in Nederland woonde en scheidde. De inzet: de huurinkomsten uit een appartement van de man, en een spaarverzekering die aan hun hypotheek gekoppeld was.
De situatie
De man en de vrouw hebben allebei de Italiaanse nationaliteit. Een korte tijdlijn:
- 2003: partijen trouwen in Nederland
- 2013: na 10 jaar huwelijk verandert het toepasselijk recht (hierover zo meer)
- 2023: het scheidingsverzoek wordt ingediend
Al voor het huwelijk had de man een appartement in Nederland. Dat was zijn eigendom. Hij verhuurde het appartement en de huurinkomsten kwamen binnen op de gezamenlijke rekening. Met (onder meer) dat geld werd de premie betaald voor een spaarverzekering die gekoppeld was aan hun hypotheek. Dat is een verzekering die aan het einde van de looptijd wordt gebruikt om (een deel van) de hypotheek af te lossen.
Bij de scheiding ontstond discussie: van wie is die spaarverzekering?
De man vond dat hij er recht op had. Zijn redenering was als volgt: het geld kwam uit de huur van zijn privé appartement, dus was het zijn eigen geld waarmee de premies voor de spaarverzekering zijn betaald. Dat zou juist zijn volgens het Nederlandse recht, maar niet volgens het Italiaanse recht.
De vrouw stelde dat de waarde van de spaarverzekering van hen samen was. Volgens haar vielen de huurinkomsten in de gemeenschap, dus was het gezamenlijk geld waarmee de premies zijn betaald.
Italiaans of Nederlands recht?
Als een stel geen keuze heeft gemaakt voor het toepasselijke recht (zoals hier het geval was), bepalen internationale regels welk recht geldt. De hoofdregel is simpel: het recht van het land waar het stel na hun huwelijk is gaan wonen. Dat zou hier Nederland zijn.
Op deze hoofdregel gelden uitzonderingen, en hier was zo’n uitzondering aan de orde. Beide partners hebben namelijk de Italiaanse nationaliteit, met als gevolg dat het Italiaanse recht van toepassing is op het huwelijksvermogen van partijen.
Dat is echter niet het hele verhaal; het toepasselijk recht kan in de loop der tijd namelijk veranderen. De man en de vrouw woonden gedurende hun hele huwelijk in Nederland. Op grond van internationale regels werd na 10 jaar alsnog het Nederlandse recht van toepassing.
Dit is belangrijk omdat wat er wel of niet van partijen samen is, anders is onder het Nederlandse dan onder het Italiaanse recht. Volgens het Italiaanse recht blijven alle privébezittingen die een echtgenoot al voor het huwelijk had privé. Zoals in dit geval het appartement van de man. Vruchten van dat privébezit (lees: de huurinkomsten) vallen echt wel in de gemeenschap en zijn dus van de echtgenoten samen.
Het Nederlandse recht, dat gold vanaf 2013, regelt dat net anders. Niet alleen het appartement blijft privébezit, maar ook de huurinkomsten.
Bij de rechtbank
De rechtbank oordeelt dat de huurinkomsten na 2013 onder het Nederlands recht vielen en derhalve als privé dienden te worden gezien.
De huurinkomsten van de man kwamen terecht op de gezamenlijke rekening. Van die rekening werden de premies betaald, maar ook privéuitgaven voor de woning van de man. Met andere woorden, het geld dat binnenkwam en naar buiten ging was vermengd geraakt en het was niet meer te traceren of en in hoeverre de premies voor de spaarverzekering zijn betaald met de huurinkomsten. Dat is de reden dat de waarde van de spaarverzekering aan hen beiden toekomt.
Andere uitkomst bij het hof
Het hof is het eens met het oordeel van de rechtbank als het gaat om de vraag welk recht van toepassing is. De toepassing daarvan pakt bij het hof echter anders uit.
Volgens het hof vallen de huurinkomsten niet in de gemeenschap, ook niet nadat het Nederlandse huwelijksvermogensrecht is gaan gelden. De reden daarvoor is als volgt. Het appartement van de man is volgens het Italiaanse recht altijd privé-eigendom van de man gebleven. In artikel 8 van het Huwelijksvermogensverdrag staat dat een wijziging van het toepasselijke recht (in dit geval van Italiaans naar Nederlands), slechts gevolg heeft voor de toekomst. Het vermogen dat vóór die wijziging van de man was, valt dus niet onder het nieuwe toepasselijke (lees: Nederlandse) recht. De vruchten van een privévermogen volgen het vermogen waaruit zij voortvloeien. Dit betekent dat de huuropbrengsten ook na 2013 in de gemeenschap vielen.
Dit maakt dat de man geen aanspraak kan maken op de gehele waarde van de kapitaalverzekering.
Ter afsluiting
Deze zaak laat zien hoe lastig het kan zijn om bij een scheiding met een internationaal karakter te bepalen welk recht geldt en dat het antwoord in de loop van het huwelijk bovendien kan veranderen. Het is van belang hierbij niet alleen goed te kijken naar de inhoud van het recht van het betreffende land, maar ook oog te houden voor de verdragsregels. Wat op het eerste gezicht lijkt te gelden, kan namelijk toch net anders zitten.