Zoek binnen familierecht

17 aug 2026

Partneralimentatie: de invloed van remigratie naar Italië

Een Italiaans echtpaar trouwde in 2003 in Nederland. In 2023 vroeg de vrouw de scheiding aan. Vlak voor de zitting, begin 2025, verhuisde zij terug naar Italië. Ze verzocht om, conform de internationale alimentatieregels, het Italiaans recht op haar alimentatieverzoek toe te passen. Dat zou haar langer recht geven op een bijdrage van haar ex-man. De man was het daar niet mee eens.

Welk recht geldt: Nederlands of Italiaans?

De rechtbank en het hof stelden beiden vast dat, in afwijking van de hoofdregel, Nederlands recht van toepassing was op het alimentatieverzoek. De reden hiervoor was dat partijen in Nederland waren gehuwd, het stel er hun hele huwelijk woonde en hun kinderen er geboren en opgegroeid waren. Die band met Nederland woog zwaarder dan het feit dat de vrouw nu weer haar gewone verblijfplaats in Italië had.

Hoeveel alimentatie heeft ze nodig?

Er was ook discussie over de vraag: hoeveel heeft de vrouw nodig om van te leven? In jargon ook wel ‘de behoefte’ genoemd.

De man stelde dat de kosten voor levensonderhoud in Italië lager zijn, en wees erop dat de vrouw geen woonlasten meer had. Ze had haar huis in Italië namelijk gekocht met geld uit (het voorschot op) de verdeling van hun huwelijksvermogen. Beide argumenten zouden volgens hem moeten leiden tot een correctie en uiteindelijk een lagere behoefte.

Het hof ging daar maar deels in mee. Het hof ging mee in de stelling dat de kosten voor levensonderhoud in Italië iets lager liggen dan in Nederland. Daar werd een kleine correctie voor toegepast. Maar dat de vrouw geen woonlasten zou hebben, klopte niet volgens het hof. De vrouw had voldoende aangetoond dat ze die wél had. Een heikel punt was verder dat zij lagere kosten had omdat ze de woning direct had afbetaald; ze kocht de woning van haar voorschot op de verdeling. Volgens het hof mocht zij dit doen, zonder dat dit in haar nadeel zou werken.

Ook het argument van de man dat ze meer zou kunnen werken, werd niet gehonoreerd. De vrouw liet voldoende zien dat meer werken dan de 30 uur die ze al deed, niet realistisch was gezien haar leeftijd en het feit dat ze tijdens het huwelijk lange tijd niet had gewerkt. Zij had zich voldoende ingespannen om zelf inkomen te verwerven en meer hoefde van haar niet verlangd te worden.

Noemenswaardig detail is dat bij de man wél een correctie werd uitgevoerd op zijn woonlasten, ten nadele van hem. De man had zijn privéwoning in Nederland verkocht en beschikte daarnaast nog over een aanzienlijk bedrag uit een erfenis. Omdat hij vermogend genoeg was om zijn hypotheek in ieder geval deels af te lossen, werd bij de berekening van zijn draagkracht uitgegaan van lagere woonlasten dan hij feitelijk had.

Kortom

Bij internationale scheidingen maakt het voor de hoogte en de duur van de alimentatieverplichting uit welk recht van toepassing is. Daartussen zijn nog altijd redelijk wat verschillen tussen landen. Bij de berekening spelen twee vragen een rol: wat heeft de ontvanger nodig (de behoefte), en wat kan de betaler betalen (de draagkracht). Deze zaak laat zien dat ‘behoefte’ wordt beoordeeld op basis van de welstand tijdens het huwelijk (het verleden), terwijl de draagkracht wordt beoordeeld naar het heden. Dat maakte in deze zaak ook dat de vrouw vrij was om het geld uit de verdeling naar eigen inzicht te besteden en de man geacht werd zijn woonlasten te kunnen drukken door zijn vermogen hiervoor in te zetten.

Gerelateerde blogs
X

Aanmelden voor de Wybenga nieuwsbrief